https://geng.nl/inspiratie/interview-met-dick-roozen/
Günther + Van Grinsven

Interview met Dick Roozen - Superunie

"Dat mag je niet verknallen, dacht ik toen. En dat denk ik nog elke dag."
Interview met Dick Roozen
Algemeen Directeur Superunie, december 2012

Evelyn Günther is columniste van FoodPersonality en wisselt de rubriek maandelijks met Josceline Bogaers. Evelyn interviewt directieleden en senior managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer: Dick Roozen, algmeen directeur Superunie.

 

Je bent in 2007 bij Superunie begonnen. Wat je toen bedacht, is dat uitgekomen?
Ik had geen strak plan, maar ik had wel een methode voor ogen. Eerst ben ik alleen bezig geweest met luisteren. Wat moet er gebeuren, wat willen de leden, wat speelt er in de markt en ga zo maar door. Toen samen een plan gemaakt en aan de slag gegaan. Gedifferentieerd leveranciersmanagement invoeren, een betere kwaliteit en een verdubbeling van het aantal private-labelartikelen, een nieuw personeelsbeleid opgezet, uitbreiding van ict-functionaliteiten: het zijn allemaal voorbeelden van dat plan. Kortom, we hebben een professionaliseringsslag doorgevoerd die door onze leden en door onze medewerkers werd herkend, waardoor we in een flow terecht zijn gekomen. Maar je bent nooit klaar. De markt verandert snel, dus je moet blijven schakelen.

 

Klinkt als een succesverhaal.
Dat zul je mij niet snel horen zeggen. Maar ik durf wel te stellen dat we de club in de beweging hebben meegekregen. Er is een vliegwiel op gang gekomen met als voordeel dat er nu een prima sfeer hangt en dat de relatie met alle leden goed is; ondanks het feit dat de leden echt wel verschillend in de markt gepositioneerd zijn. Het is er zeker niet eenvoudiger op geworden, maar we zijn een belangrijke partij in de Nederlandse markt die doet waar die voor staat. Ondertussen komen wij met vernieuwende processen in de sector, zoals supply chain finance, en denken na over 2020.

 

Wat ging er niet goed de afgelopen jaren?
Van nature ben ik wat ongeduldig, ik kan dingen heel snel bedenken, maar voor de realisatie is vaak wat meer tijd nodig, dat is inherent aan een alliantie. Overigens, natuurlijk is het ook goed om over belangrijke zaken eventjes na te denken en alle consequentie te overzien, daar helpt een coöperatieve structuur en een goed directieteam met Guus en Gerard. We beseffen elkaars rol, vullen elkaar goed aan, maar kunnen elkaar ook goed op mindere punten aanspreken.

 

Waarom ben je van Ahold naar Superunie gegaan?
Correctie, ik was weg bij Ahold, toen pas kwam Superunie op mijn pad. Ik kijk met veel plezier terug op twintig jaar Ahold, maar ik kwam op een punt waarop ik tegen mijn eigen principes in had moeten gaan als ik was gebleven. Dat heb ik kenbaar gemaakt en we hebben besloten uit elkaar te gaan. Dat was op mijn vijftigste, en ‘hoe nu verder?’ is dan de vraag. ‘Rustig adem blijven halen’, zei mijn omgeving. Ik kreeg ook de tip om mijn eigen kracht te gaan zoeken, een rol vinden die zo goed mogelijk bij je past, in je eigen belang en in het belang van de positie waar je in terecht gaat komen. Door het programma ‘Leadership at the peak’, dat ik iedereen kan aanraden, kwam ik er uiteindelijk achter wat nou echt mijn kracht was. Ik bleek iemand te zijn die goed is in het verbinden van bedrijven, in het faciliteren van samenwerking. En toen kwam Superunie op mijn pad.

 

Hoe bevalt het?
Toen ik bij Superunie de eindverantwoordelijkheid overnam, op 1 januari 2008 middernacht, besefte ik pas echt goed waar ik ja tegen had gezegd. Wij kopen in voor een derde deel van de Nederlandse markt, voor dertien prachtige bedrijven met heel veel medewerkers. We hebben een club van enthousiaste medewerkers in Beesd, die daar hun brood verdienen en zich willen ontwikkelen. Dat mag je niet verknallen, dacht ik toen. En dat denk ik nog elke dag, je moet verrekte goed bij de les blijven. De enige zekerheid die je daarbij hebt, is dat je nooit zeker weet hoe het gaat lopen. Zeker als je stappen wilt blijven maken. Dat is een forse, maar mooie verantwoordelijkheid.

 

En bevalt het je nog steeds, zeven jaar later?
Ja, zeker. Het was toentertijd een uitstekende keuze. Hard werken en elke dag met meer energie naar huis dan waar je mee gekomen bent. Superunie is bijzonder: concurrenten zitten met elkaar aan tafel en weten dat ze elkaar nodig hebben. Dat levert spanning op, maar het is ook heel mooi. En dat met ondernemers die er geen enkele moeite mee hebben om hun nek uit te steken, in hun bedrijf te investeren en met de volgende generatie bezig zijn. Daarom vind ik de coöperatie ook fantastisch, ik hoef aan het eind van het jaar niets over te houden of een beurs uit te leggen waar we mee bezig zijn. Superunie is geen doel op zich. De leden zijn Superunie. Wij zijn het instrument dat het mogelijk maakt om hun doelen te realiseren.

 

Hoe krijg je consensus met dertien leden?
Als ik ergens echt van overtuigd ben, kan ik gebruik maken van mijn vaardigheden om iedereen een bepaalde kant op te krijgen, altijd in goed overleg. Maar soms ook door botsen en binden, de confrontatie zoeken om er vervolgens uit te komen. Dat gebeurt gewoon, dat zet ik niet bewust in. Maar ik probeer altijd wel te achterhalen waarom iemand tegen is, want hij heeft daar altijd goede redenen voor. Bijna niemand is tegen om gewoon tegen te zijn. Overigens is het niet zo dat iedereen het altijd met elkaar eens moet zijn, als dat maar wél op principiële punten het geval is. Leden maken natuurlijk voortdurend de afweging: ‘wat ben ik kwijt aan de coöperatie en wat krijg ik ervoor terug?’ Daar moeten we ons steeds bewust van zijn. Ze leveren een beetje in en moeten soms een compromis sluiten, maar daar krijgen ze veel voor terug.

 

Vind je het belangrijk dat de leden je aardig vinden, je een compliment geven?
Als ik een compliment krijg is dat leuk, maar ik heb liever dat de leden de mensen in Beesd waarderen en complimenteren, die werken er stuk voor stuk keihard voor, zij verdienen de complimenten.

 

Hoe kijk je naar de toekomst, welke fundamentele veranderingen zie jij?
Ik zie er meerdere, zeer verschillende ook. De ‘shared economy’ gaat een grote maatschappelijke verandering worden. Welk effect het op de retail heeft, weet ik nog niet, maar dát het een effect heeft, is zeker. De tweede verandering die ik zie, is de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, of liever, de onbetaalbaarheid. We moeten zoveel mogelijk voorkomen dat mensen ziek worden en goede voeding heeft daar alles mee te maken. Een prachtige kans voor supermarkten, maar dan moeten we daar wel goed mee omgaan en aan onze geloofwaardigheid denken. Dus geen kratten bier tegen bodemprijzen aanbieden en vinden dat het alcoholgebruik omlaag moet. Ik zeg niet dat supermarkten alle maatschappelijke problemen moeten oplossen, dat is onzin, maar er zijn wel dingen waar je als retailer over na kunt denken. En dat doen we natuurlijk ook op heel veel terreinen. De derde ontwikkeling die ik zie, is de beschikbaarheid van grondstoffen. De vraag ernaar zal fors gaan toenemen, daar zijn diverse redenen voor. Het zal van grote invloed zijn op wat we eten en hoe we dat eten verkrijgen. Een vierde trend is transparantie, in de ruimste zin van het woord. Markten en ketens zullen transparanter worden, dat zullen onze klanten ook steeds meer afdwingen.

 

En wat betekent dat voor Superunie?
Vroeg of laat gaan we hiermee te maken krijgen. Daar moet je op voorbereid zijn en waar mogelijk je verantwoordelijkheid nemen. Het is tegelijkertijd mijn rol om Superunie te kunnen laten concurreren met de markt. Mijn primaire verantwoordelijkheid is dus om te kijken of er ontwikkelingen zijn die onze leden in een betere positie zouden kunnen brengen, of ontwikkelingen waarmee wij ons vanuit onze inkoopverantwoordelijkheid positief kunnen onderscheiden. Bij de shared economy is dat voor food nog lastig in te schatten, maar als we kijken naar de gezondheid en beschikbaarheid van grondstoffen, dan komt dat sneller op ons pad dan menigeen denkt. En we doen al veel, we werken met het vinkje en dat dragen we ook uit, maar dat zal niet voldoende zijn. Dat is ook iets wat we sectorbreed moeten oplossen en gelukkig komen er steeds meer initiatieven. Voor zover ik me dat kan veroorloven en het tegenover de leden kan rechtvaardigen, zal ik daar zeker mee bezig blijven.

 

Wat wil je dat ze over vijftien jaar over je zeggen?
 
Poeh, dat is nogal een vraag. Daar raak je me mee... ‘Hij heeft ons verder geholpen’, is wat nu in me opkomt. Overigens wel een zeer relevante vraag, met andere woorden: ‘wat heb je straks bijgedragen of wat laat je achter?’ Daar gaat het om. Als iedereen zich die vraag zou stellen, zou de wereld er een stuk beter uitzien.   

© 2018 Günther + Van Grinsven - Dorpsstraat 74 3732 HK De Bilt - info@geng.nl - 030 63 509 63