https://geng.nl/inspiratie/interview-met-frans-fredrix/
Günther + Van Grinsven

Interview met Frans Fredrix - Algemeen Directeur Superunie

"Ik weet zelf al precies wanneer ik ga stoppen."
Interview met Frans Fredrix
Algemeen Directeur Superunie, februari 2007

Evelyn Günther is columniste van FoodPersonality en wisselt de rubriek maandelijks met Josceline Bogaers. Evelyn interviewt directieleden en senior managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer: Frans Fredrix, Algemeen Directeur bij Superunie.

 

Je werkt dagelijks met ondernemers die een supermarktketen hebben. Had je achteraf een eigen onderneming willen hebben?
Ik had wel een winkelketen willen hebben,want ik houd van winkels. Maar ik ben fysiek niet zo sterk, want ik loop slecht. Als ondernemer in een winkel moet je 70 uur gaan lopen en sjouwen en kijken. Nee, dat was toch niet de goede weggeweest. Mijn weg is gewoon de goede geweest, ik heb er geen spijt van. Dit is mijn derde ‘retailer’. Het is heel breed wat ik nu doe en ik doe nog verschrikkelijk veel meer dan mijn werk bij Superunie. Ik ben bijvoorbeeld al meerdan 20 jaar verbonden aan de HEAO in Eindhoven, ik ben commissaris bij een keukenbladenbedrijf, ik doe een heleboel van die dingen erbij.

Waar komt je gedrevenheid vandaan?
Gedrevenheid komt vaak voor bij eerzuchtige mensen. Die vinden het belangrijk om te scoren. Het zit een beetje in de familie, denk ik. Dus door zo’n soort eerzucht wil ik altijd de beste zijn. Ik kan ook slecht tegen kritiek. Kritiek vind ik heel naar, want ik wil graag goed zijn. Ik wil graag dingen uitvogelen. Als ik mijn hoofd op mijn kussen leg, wil ik een goed gevoel hebben. Je wilt niet de verliezer zijn, je wilt altijd voorop lopen.

Zit je eerzucht je ook wel eens in de weg?
Ja, je wordt soms heel erg moe van jezelf. Ik las laatst van iemand dat hij op vrijdagavond naar Baantjer keek en nog wel de moord zag, maar nooit de oplossing. En de laatste jaren haalt hij zelfs niet eens de moord. Ik voel dat helemaal aan. Maar op zaterdag gaat het dan wel weer goed, dan ga ik full speed weer aan de gang.We gaan meestal winkels kijken, of naar mijn schoonvader, en in de zomer fietsen.

Wat is voor jou ontspanning?
Fietsen op zondag met mijn vrouw. Naar dorpjes rijden, musea bezoeken. Maar als je werken leuk vindt, dan ben je er vanzelf altijd mee bezig. Ik vind het leuk om te bouwen en dingen later terug te vinden. Het is heerlijk om op zaterdag door die winkels te banjeren en dan de doorons ontwikkelde blikjes terug te vinden. Het werk staat heel dicht bij de mensen.Dat is toch leuker dan dat je bij Shell ergens aan een kraantje staat te draaien en je ziet niet wat er gebeurt. Dit is een hele creatieve baan en dan is het niet tot last, dan zit je er in de auto toch altijd aan te denken. Het is componeren van marketingconcepten en goederen, daaroverheen de saus om op een goede manier met mensen om te gaan en de beste prijs te krijgen. Met jonge mensen omgaan vind ik ook erg leuk, om ze te stimuleren. Dat gaat uitstekend. Ik houd van de gedrevenheid van jonge mensen. 

Je zit nog al eens in conflictsituaties, ofwel met leden, ofwel met fabrikanten. Heb je geen problemen om niet aardig gevonden worden?
Nee, helemaal niet en dat is heel handig in dit vak. Je moet kunnen afwisselen. Je moet aardig doen en soms kunnen toeslaan. Er horen tempowisselingen in humeur bij. Met de directies van de leden gaat het goed. Met sommige mensen kun je natuurlijk beter opschieten dan met andere. Er loopt bij ons een heel proces en daar lopen die leden tussendoor. De leden hebben een bepaald gedrag en dan is het de kunst om het zo in te bedden dat het allemaal lekker loopt. Het voordeel is dat je wat ouder en wat wijzer bent. Toen ik net begon, schrok ik me te pletter. Dan werd ik gebeld door een lid die vroeg of ik het voor hem wel voor 28 cent in plaats van 30 cent kon doen. Dat heb ik meteen glad getrokken. Ik ben aangenomen om een maximaal collectief te maken en de beste prijs. Dan moet je er niet tussendoor gaan.

Je wordt een wolf in schaapskleren genoemd.
Misschien komt het door mijn zachte g en doordat ik van mensen houd, dat ik mensen verras door nare dingen te vertellen. Je kunt je voorstellen in een bedrijf als het onze dat ik niet gebeld word wanneer iemand de order krijgt, maar als iemand in de spreekkamer van de inkoper te horen krijgt dat de inkoper 30% van zijn omzet in een half uurtje wegpoetst, dan krijg ik vaak een belletje. In die zin krijg ik veel ellende over mij heen en daar moet ik mezelf ook tegen wapenen zodat ik dat niet allemaal tot me neem. Bovendien wil en kan ik het niet terugdraaien. En dan moet ik mensen duidelijk maken en eerlijk uitleggen waarom wij dit besloten hebben. Als mensen het dan begrijpen, vind ik dat plezierig en is dat ook weer een succes.

 

Heb je tips voor fabrikanten?
Meer verdiepen in waar retailers mee bezig zijn. Wat gebeurt er in hun winkels, hoe is de retailer met zijn formule bezig, hoe ziet zijn assortiment eruit, wat is de functie van mijn product in die formule,welke plek neemt het in, waarom wil de retailer mijn product hebben, wie zijn mijn concurrenten? Zorg dat je account managers alles weten van de producten die ze verkopen, soms weten onze inkopers meer van wat er in zit dan de account managers die de producten verkopen. Een snijworstfabrikant weet dat soort dingen vaak beter dan bedrijven als Heineken en Unilever. Misschien komen zij niet in winkels en laten ze hun boodschappen doorhun dienstbode doen... Ad van Geloven met Mora wint ineens de Industributietrofee, dat verbaast mij niks. Het accountmanagement tot en met directieniveau wordt alleen maar slechter. Het woord academisch is geen zegen voorkwaliteit. De generatie van Leon Schoofsen Henk Siersema bestond niet uit academici, maar die wisten alles van het producten van de klant. Die hadden bewogenheid en betrokkenheid. Bij kleinere fabrikanten zie ik de betrokkenheid wel. Die kunnen zich ook niet verschuilen achter een grootmerk.

Kun je wel eens boos worden?
Jazeker. Ik ben echt boos als afspraken niet worden nagekomen, dat vind ik echt irritant. Bij onderhandelen is het een gecontroleerde boosheid en onderdeel van het proces. Die processen zijn voor eendeel echt en voor een deel gespeeld. De kunst is om het zo te spelen dat de tegenpartij niet weet wanneer het echt is en wanneer niet.

Wanneer stop je bij Superunie?
Dat is een goede vraag en daar wil jij het antwoord op hebben? Dat antwoord krijg je niet. Dat is alleen voor mij. Ik weet zelf al precies wanneer ik ga stoppen. Ik kan je wel zeggen dat dit mijn laatste baan is in de breedte en dat je mij niet meer in een fulltime vaste baan ziet. Ik ga tegen die tijd allerlei opdrachten en klussen doen. Dat is veelzijdig en je moet uitkijken dat je vanuit een fulltime job niet met pensioen gaat, want dan is het voorbij. Dan komt er geen dag meer bij. Mijn vrouw zou ook niet willen dat ik niet meer zou werken. Het is nu al zo dat ik mij op zaterdag en zondag met alles bemoei. Ik ben dan zo’n Tinus de regelaar die vraagt of we niet een van die twee broden moeten invriezen en of ze niet in van die kleine pakjes moeten.

Als jij je opvolger mag selecteren, waar let je dan op?
Empathisch vermogen. Nu eens moet je gedoseerd te werk gaan, dan weer is het nodig om direct uit te pakken. En een andere keer weer om iets via de band te spelen. Goed luisteren waar het probleem zit, terugschakelen, gas geven. Je moet tot het uiterste kunnen gaan. Net als eenvoetbalwedstrijd. In de kleedkamer is het weer voorbij. Je bent eredivisie aan het spelen en je moet van elkaar accepteren dat dingen soms wat vervelend gaan. Poeslief met elkaar omgaan en vervolgens Albert Heijn er met de buit vandoor laten gaan, is ook niet de bedoeling. Je weet dat je af en toe uitglijdt en daar moet je dan weer uit zien te komen. Je zoekt samen de grens op.

Wat voor tips heb je voor managers?
Zorg dat je mensen jou als baas zien omdat je ze helpt tot het moment dat ze het zelf kunnen. Meehelpen, maar niet bemoeien. Stimuleren, maar niet de baas spelen. Geef de mensen de ruimte om fouten te maken. Ik heb liever dat ze beslissingen nemen en fouten maken. Ik geef ze vrijheid. Pas op het moment dat ze denken ‘dit kunnen we beter niet aan Frans vertellen’, dan moeten ze komen. Je bent de autoriteit maar niet autoritair, mensen zijn niet bang voor je en kunnen tot het uiterste van hun creativiteit gaan. Zelf de creatieve processen ondersteunen. Bespreek de doelstelling, stel de kaders, maar de executie moet je loslaten.Walking around is belangrijk. Belangstellend vragen stellen en mensen aangeven dat ze belangrijk zijn. Bij mij is het natuurlijk ook maar een groepje van zestig, dat is goed te overzien.

 

© 2018 Günther + Van Grinsven - Dorpsstraat 74 3732 HK De Bilt - info@geng.nl - 030 63 509 63