https://geng.nl/inspiratie/interview-met-joost-manassen/
Günther + Van Grinsven

Interview met Joost Manassen - Directeur Bickery Food Group

"Ik ben ongeduldig en eigenwijs. Ik wil te snel voor een groot bedrijf."
Interview met Joost Manassen
Directeur  Bickery Food Group, mei 2007

Evelyn Günther is columniste van FoodPersonality en wisselt de rubriek maandelijks met Josceline Bogaers. Evelyn interviewt directieleden en senior managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer:  Joost Manassen, Directeur Bickery Food Group.

 

Je werkt nu bij Bickery, en je zei ooit het heel erg naar je zin te hebben. Leg eens uit.
Bickery is een bedrijf met karakter trekken die grote bedrijven allemaal zouden willen hebben. Maar ze hebben die nooit: meer flexibiliteit, echte betrokkenheid en passie en... nauwelijks bureaucratie. Alle energie die je erin stopt, is positieve energie. Die combinatie van factoren is een soort vliegwiel. Als dat gaat draaien, komt er zoveel energie vrij dat dingen die eigenlijk on mo-gelijk lijken, toch mogelijk worden. Het is geweldig om aan zo’n vliegwiel leiding te kunnen geven. Neem van mij aan dat grote bedrijven diep in hun hart zouden willen functioneren als kleine bedrijven. Maar juist hun grootte maakt dat ze doorgaans aan structuren en procedures gebonden zijn die flexibiliteit en pragmatisme niet toelaten.Vandaar al die cultuurveranderingsprocessen. Grote bedrijven zouden het liefst willen dat medewerkers zouden werken alsof het hun eigen bedrijf was. Ondernemend, eigen initiatief nemen, nadenken over wat ze doen, niet wachten tot je iets gevraagd wordt. Dat betekent ook dat je als manager mensen moet belonen voor de dingen die ze goed doen en niet straffen.

Moeten we nog wel bij een groot bedrijf willen werken?
Nou, het valt mij wel op dat mensen van grote bedrijven zich vaker spontaan bij ons melden. Maar bij een groot bedrijf leer je de diepte in te gaan. Ik had die ervaring nooit willen missen, het heeft me wel gevormd. Ik heb geleerd om met complexe materie om te gaan, met structuren, de media, hiërarchie en internationale cultuurverschillen. En ik heb in het buitenland gewerkt, ook een unieke ervaring.

Hoe kwam je op die stap van corporate life naar een familiebedrijf?
Ach, die fase krijgt iedereen. Je bent begin veertig. Je werkt al zo’n zeventien jaar en je moet nog twintig jaar: ‘Ga ik hetzelfde doen als ik hiervóór gedaan heb of niet?’Je moet het als een kans zien. Ik ben bewust met deze zoektocht bezig geweest: wat wil ik, wat vind ik belangrijk en prettig in mijn werk? Ik heb erover gesproken met mijn vrouw, vrienden en enkele goede collega’s met wie ik hierover kon praten. Een vriend zei me: ‘Je bent een boek aan het schrijven waar je zelf de hoofdpersoon in bent - wat maakt de hoofdpersoon mee en wat maakt hem tot wie hij is?’ Je praat over normen en waarden, wat vind je echt belangrijk in het leven? Als je dat allemaal weet te formuleren, ontstaat daar een beeld uit en dat is verbazingwekkend helder. Je moet jezelf die essentiële vragen stellen.

Wat zijn voor jou belangrijke normen en waarden?
Integriteit en respect. Dat roepen er wel meer, maar ik vind dat er vaak weinig respect getoond wordt. Ik heb zelf niet veel op met hiërarchie en vind iemand in de fabriek net zo belangrijk. Datzelfde voor openheid. Ik hoor altijd maar dat de deur openstaat, maar als je echt geïnteresseerd bent en echt bereid bent om te luisteren naar wat er in mensen omgaat, dan weet je wat er speelt en kun je daadwerkelijk iets veranderen in een bedrijf. De meeste openheid is helaas eenrichtingsverkeer.

Wat was de mooiste tijd van je leven?
Ik heb voor Nutricia drie jaar in Nieuw-Zeeland gewoond. Dat was een prachtige tijd. Het was een relatief klein bedrijf met honderd man, het was dertig uur vliegen van het hoofdkantoor en met twaalf uur tijdsverschil was er geen ruimte voor emoties. Zij moesten sowieso twaalf uur wachten voordat zij mij konden bellen, dus dan waren de emoties gezakt en teruggebracht tot redelijke proporties. Ik werkte met een ongelofelijke leuke groep ‘kiwi’s’ die een down-to-earth-mentaliteit hebben, mensen respecteren om wie ze zijn en niet om wat ze doen. We wilden daar blijven. De mentaliteit en de quality of life spraken ons enorm aan. Mensen zijn authentiek, spontaan, je komt gewoon langs met een fles wijn. Soms schikt het en soms niet. Hier worden de agenda’s gepakt en de afspraak staat zes weken later. Toen ik na zeven jaar terugkwam in Nederland, kreeg ik een soort cultuurshock. De enorme hectiek en stress hier: iedereen heeft een sterke drang om succesvol te zijn in hun werkzame bestaan, maar wil zich ook nog eens individueel ontplooien, cultureel actief zijn, sociaal zijn en dat dan ook nog eens in gezinsverband. Niet gek dat dat allemaal gaat knellen. Maar ja, het voorstel om algemeen directeur van Nutricia in Nederland te worden wilde ik niet afslaan. Daar was ik ooit begonnen. Ik was toen 36, dan is dat een mooie stap. 

We hadden wel het idee om een paar jaar te blijven en dan weer te emigreren. We zijn na mijn Douwe Egberts-tijd teruggegaan naar Nieuw-Zeeland om te oordelen hoe we het zouden vinden. Maar vrienden en familie hier gaven de doorslag om in Nederland te blijven.

Heb je iets overgehouden aan de mentaliteit van daar?

Ja. Mijn agenda is ook vol, maar ik breng toch minimaal twee keer per week mijn kinderen naar school. Dat heb ik bij DE ook gedaan want dat vind ik belangrijk. Ik kwam dan rond negen uur op kantoor. Bij DE kende men dat niet, maar ze zagen dat ik dat echt belangrijk vond en dan is het goed. Ook ‘s avonds probeer ik zoveel mogelijk afspraken te vermijden. Ik vind het belangrijk veel tijd met mijn vrouw en kinderen door te brengen. Daardoor functioneer ik beter. Wij gaan met onze drie kinderen veel weekends naar de boot in Stavoren. Mijn zus en zwager hebben ook een boot en kinderen in dezelfde leeftijd en dat is erg gezellig. Dat gaat een beetje op z’n Nieuw-Zeelands, lekker een fles wijn op tafel, ongedwongen en relaxed. 

Heb je bij Sara Lee/Douwe Egberts kunnen bereiken wat je wilde?
Ik mag op mijn conto schrijven dat ik het maatschappelijk verantwoord denken binnen de onderneming op de kaart heb gezet. Ik kwam binnen toen DE in de media van slavernij werd beticht. We hebben in vier jaar tijd duidelijk gemaakt dat DE juist bijdraagt aan het welzijn van de boeren en het beeld weten om te draaien. Omdat ik het echt belangrijk vond en mensen dat voelden, kreeg ik iedereen gemakkelijk mee. Het is ingebed in de organisatie en dat doet mij goed. En ik heb een cultuuromslag bewerkstelligd. Van een ministerie van koffie en thee naar een organisatie waar mensen meer verantwoordelijkheid en initiatieven nemen. Daar hebben we veel tijd en aandacht aan besteed. Achteraf weet ik wel dat ik een passant was. Mensen die echt niet met veranderingen meewillen, kunnen zich in een grootbedrijf achter een grote boom verschuilen. En wachten tot ik wegga.

Uit wat voor een gezin kom je?
Ik kom uit Amersfoort. Ik woon in het huis van mijn ouders. Zij wonen vlakbij. Mijn vader had een knopenfabriek in Nijkerk.Wij noemden hem de knopenmagnaat. Toen hij 65 was en ik 21, gaf hij mij de raad de wereld te ontdekken, in plaats van mijzelf in Nijkerk te vestigen. Mijn vaderheeft het bedrijf verkocht. Mijn zus is neerlandicus en mijn andere zus is arts.

Wat zijn jouw dieptepunten?
Er zijn er inderdaad meer... Een van de moeilijkste was in Nieuw-Zeeland. Degene die het bedrijf daar had opgezet voor Nutricia en de overname had afgerond, kreeg niet mijn baan, maar opereerde in mijn team. Tegelijkertijd waren hij en zijn vrouw een surrogaat-opa en -oma voor onze kinderen en wij waren veel weekends samen. Maar hij functioneerde niet naar behoren en uiteindelijk moest ik hem uit zijn functie zetten. Mijn leerpunt is dat als je dat vanuit openheid doet en eerlijk zegt waar het op staat, hoe moeilijk je dat ook vindt en dat ook kenbaar maakt, iemand het uiteindelijk ook begrijpt en weer doorgaat. Nog een dieptepunt...tja, al die keren dat je merkt dat mensen achter je rug om dingen doen en zeggen. Ik sta erboven, maar het blijft me raken. Dat maak je in grote bedrijven wat vaker mee.

Wat zijn jouw succesfactoren?
Ik ben een mensenmens, authentiek, inspirerend en stimulerend, ik ben open, mensen praten tegen mij, respectvol en ik kan goed delegeren.

Waar ben je niet goed in?
Ik ben ongeduldig en eigenwijs. Ik wil te snel voor een groot bedrijf. Ik ben ook wel slordig. Gelukkig leer ik veel van mijn partner in Bickery.

Wat zou je nog willen doen?
Ik zou wel eens wetenschappelijk willen aantonen dat er een correlatie bestaat tussen cultuurverandering en betere bedrijfsresultaten.

 

© 2018 Günther + Van Grinsven - Dorpsstraat 74 3732 HK De Bilt - info@geng.nl - 030 63 509 63