https://geng.nl/inspiratie/interview-met-michael-van-den-hurk/
Günther + Van Grinsven

Interview met Michael van den Hurk - Van Tol

"We verwachten maar een paar tienden groei, maar toch."
Interview met Michael van den Hurk
Commercieel Directeur Van Tol, juni 2010

Evelyn Günther is columniste van FoodPersonality en wisselt de rubriek maandelijks met Josceline Bogaers. Evelyn interviewt directieleden en senior managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer: Michael van den Hurk, Commercieel Directeur bij Van Tol.

Van Tol is een familiebedrijf en jij bent medeeigenaar. Vertel eens.
Van Tol is opgericht door Piet van Tol, die als kruidenier begon en eerst nog met een hondenkar langs zijn klanten ging. Mijn vader werd in 1986 voor 50% aandeelhouder. Met Piet had hij afgesproken dat hij diens zoon Mart met het bedrijf zou helpen, maar toen die liever de automatisering in ging, werd mijn vader voor 100% eigenaar van Van Tol. Hij was een alleskunner in de detailhandel, terwijl mijn moeder de versafdelingen van de winkels opzette, terwijl ze zich ook op details richtte zoals het snijden van vleeswaren en zo. Mijn broers en ik zijn dus opgegroeid in de detailhandel. We speelden tussen de magazijnrekken en hielpen veel mee. Zeven jaar geleden hebben wij het bedrijf overgenomen. Dat wilden we zelf heel graag, we zijn nooit die richting in geduwd. We runnen het met drie broers en met iemand van buiten de familie. Mijn oudste broer Peter houdt zich bezig met de inkoop, mijn jongste broer Erik met algemene zaken en ik met commerciële zaken. Peter werkt hier al 16 jaar, Erik 12,5 jaar en ik 13 jaar. Direct na mijn opleiding ben ik bij Van Tol begonnen en ik wil nooit meer weg. Het is zo’n prachtig bedrijf en we zijn constant aan het innoveren.

 

Je jongste broer is algemeen directeur. Hebben jullie geen discussie gehad over de rolverdeling?
Nee, zeker niet. We houden van ons werk en we zijn daar dan ook 24 uur per dag mee bezig. Wat dat betreft mogen we ons ook gelukkig prijzen dat onze vrouwen vierkant achter ons staan. Zonder hen zou dat niet gaan. Toevallig zit mijn vrouw op een afdeling winkelautomatisering en mijn schoonzus doet nu onze nieuwe tak van cadeau-artikelen voor ziekenhuizen en andere instellingen.

 

Wat doe je als commercieel directeur?
 Inkoop en commercie zijn bij ons gescheiden. Ik werk vooral aan de formules, public relations, interne en externe communicatie, ik ben eindverantwoordelijk voor de afdeling import-export en ik stuur de buitendienst aan. Het is belangrijk snel op ontwikkelingen van de markt in te kunnen spelen. Ik verzin ook steeds nieuwe presentaties, zodat artikelen in de winkels met de juiste uitstraling erbij staan. Ook de presentatie van de buitenkant hoort daarbij, bijvoorbeeld het frisse uiterlijk van onze formule Dagwinkel.

 

Maar een buurtsupermarkt kan niet tegen de grotere supermarkt op.
We willen steeds verder van de traditionele supermarkt vandaan raken. Met een ondiep en smal assortiment moet je nooit tegen de prijzen van de grotere supermarkten op willen boksen. Onze formules zijn erop gericht dat je kostenefficiënt en met weinig personeel een winkel goed kunt laten draaien. Er is dan bijvoorbeeld geen arbeidsintensieve snij-afdeling, maar we proberen ons toch te onderscheiden door kwaliteit. Het draait in onze winkels om persoonlijke binding en de kwaliteit van de producten, vooral met vers. En een groot voordeel is dat Dagwinkel voor de consument op loopafstand zit, midden in een dorp bijvoorbeeld. Daardoor zijn we een goed alternatief voor de grotere supermarkten op een aantal kilometers afstand.

 

De winkel voor de vergeten boodschappen?
Nee, ook voor de aanvullende boodschappen en dan met name verse producten. En we bieden meer aan: een fotoservice, een stomerijservice of een postagentschap bijvoorbeeld. Op die manier komen er weer meer voorzieningen in een dorp, wat voor de inwoners heel handig is. Overigens is Dagwinkel nog volop in ontwikkeling. We groeien vooral het laatste jaar snel, binnenkort gaat de zestiende Dagwinkel open.

 

En hoe zit het met de buurtsupermarkten en ambulante winkels?
Onze buurtsupermarktformule Troefmarkt is er behalve voor de buurt ook wel voor dorpen, je vindt Troefmarkt op beide soorten locaties. De formule is minder strak geleid dan Dagwinkel. Troefmarkt biedt een totaal assortiment en de ondernemer kan zelf zijn randassortiment samenstellen. Net als bij Dagwinkel kan hij of zij een Troefmarkt samen met een partner of met een klein aantal mensen runnen. Dat maakt een buurtsupermarkt beheersbaar. De ambulante winkels, onze derde formule, zijn wagens die boodschappen bij de mensen thuis bezorgen: Springer & Partner. Het vroegere SRV.

 

De rijdende winkels Springer & Partner zijn geen concurrent voor Troefmarkt en Dagwinkel?
Nee, want elke winkel functioneert in een bepaald postcodegebied en er worden duidelijke afspraken gemaakt. Momenteel zijn er 250 Springer & Partner-winkels, met 300 wagens, verspreid over heel Nederland. Er zit alleen geen groei in momenteel. Dat is voor ons nog een uitdaging, we hebben daar volop ideeën over. Thuisbezorging is op de een of andere manier toch weer modern en op de huid van deze tijd, wij moeten daar gebruik van maken.

 

Lig je ’s nachts wakker van al die oplossingen die jullie nog moeten bedenken?
Als ik ’s avonds in bed lig, schieten me wel ideeën te binnen. Dan sta ik op en schrijf ze op in een boek. Ik maak dan allerlei aantekeningen en schetsen. Maar verder slaap ik goed.

 

In zo’n pittoresk dorpje zie je vaak lelijke, felgekleurde gevels. Waarom moet dat?
 Tja, wij vinden die kleuren wel mooi en mensen snappen dan meteen dat het een winkel is. Je hebt trouwens ook te maken met de kosten. We hebben wel eens naar wat anders gekeken, maar dat was te duur en te onderhoudsgevoelig. Foto’s zouden mooi zijn, maar het is heel moeilijk om echt goede foto’s te hebben. Die zijn vaak seizoensgebonden. Een foto van een aardbei kun je niet het hele jaar door aan je gevel hebben. En wisselingen brengen ook extra kosten met zich mee.

 

Jullie hebben na de overname van je vader nog meer activiteiten ontwikkeld.
We hebben een retail- en een import-exporttak. Daarnaast zijn we voor 50% aandeelhouder van Versunie, een groothandel voor vooral verswaren. Onze ondernemers halen daar de meeste van hun versproducten vandaan. Binnen onze import-exporttak exporteren we producten van onder andere Calvé, Conimex en Droste over de hele wereld. En in de detailhandel opereren we met drie formules: Dagwinkel, Troefmarkt en Springer. We zijn de vierde inkoopclub en hebben 1% van de markt. Ik vind dat best veel, als je bedenkt dat wij volledig zelfstandig zijn.

 

Jullie zijn niet aangesloten bij een grote inkoopcombinatie. Ben je niet bang dat een ondernemer op een gegeven moment een ander bordje aan zijn gevel hangt?
We moeten onze ondernemers natuurlijk voortdurend tevreden houden, maar ze kunnen natuurlijk altijd naar een andere formule overstappen. Daar ben ik alleen niet zo bang voor. Wij maken het mogelijk dat een winkel met een omzet van € 15.000 of € 20.000 per week rendabel te houden is. Dat komt omdat we een redelijk platte organisatie zijn, met veel flexibiliteit en weinig overhead. Daardoor kunnen we de prijzen voor onze ondernemers scherp houden.

 

Waar erger jij je aan in je werk?
Ik ben een tevreden mens. Ik erger me eigenlijk bijna nergens aan. Anderen ergeren zich wellicht eerder aan mij, omdat ik vaak fluit. Ik sta bij wijze van spreken fluitend op en ga fluitend naar bed. Ik maak me wel zorgen over de toenemende criminaliteit, ook kleinere supermarkten zoals die van ons hebben daar steeds meer last van. En verder zouden wat mij betreft fabrikanten wel eens mogen beseffen dat er meer onder de zon is dan de grote supermarktketens. Maak gewoon een mooi product en laat je niet tegenhouden als partijen als Albert Heijn, C1000 of Jumbo dat niet willen opnemen. Via kleinere inkoopclubs zoals wij kun je ook je producten op de markt brengen en uiteindelijk zoveel vraag creëren dat de rest volgt.

 

Hou je tijd over voor je vrouw en kinderen?
Ja. De weekends houd ik zoveel mogelijk vrij. Je kunt natuurlijk altijd wel werken. Dat zou niet goed zijn. Mijn werk verveelt me nooit, dus ik kan mijn tijd daar met plezier mee vol maken, maar dat geldt gelukkig ook voor mijn vrouw en kinderen. Ik ben ’s avonds veel weg. Het scheelt dat we dicht bij de zaak wonen, dus kan ik tussendoor meestal wel thuis eten. Tijdens vakanties moet ik wel echt iets dóen, zeilen bijvoorbeeld, want aan het strand ga ik liggen malen of ga ik vakgerelateerde boeken lezen. Dus dan ben ik toch weer aan het werk.

 

Hoe zal het in de toekomst met Van Tol gaan? Het is bijvoorbeeld een nadeel voor jullie dat de dorpen ontvolken.
Dat is waar, maar onze kleinschaligheid is juist onze kracht. Voor een grote supermarktketen is zo’n klein dorp niet rendabel en dat wordt alleen maar nadeliger als mensen er wegtrekken. Daarom: als de partijen met grotere formules daar verdwijnen, ontstaat er ruimte voor de partijen met kleinere formules, zoals Van Tol en Spar. Nu hebben we 1% van de markt, dus de groei die we verwachten, zal wel ongeveer een paar tienden procent zijn, maar toch. Wat wil je nog meer dan je boterham verdienen met iets wat je graag doet? En zoals het er nu voor staat, is de kans groot dat wij Van Tol aan de volgende generatie over kunnen doen.

© 2018 Günther + Van Grinsven - Dorpsstraat 74 3732 HK De Bilt - info@geng.nl - 030 63 509 63