https://geng.nl/inspiratie/interview-met-peter-de-ries/
Günther + Van Grinsven

Interview met Peter de Ries

"Mijn kracht ligt in de marktbenadering."
Interview met Peter  de Ries
Algemeen Directeur Nedac Sorbo, juni 2002

Evelyn Günther is columniste van FoodPersonality en wisselt de rubriek maandelijks met Josceline Bogaers. Evelyn interviewt directieleden en senior managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer: Peter de Ries, Algemeen Directeur bij Nedac Sorbo.

Waarom ben je weggegaan bij Superunie?
Ik heb destijds van Red Band Venco een overstap naar Superunie gemaakt omdat ik mijn affiniteit met de retail ook in de praktijk wilde zien. Prima dus om in die functie terecht te komen en na een aantal jaren merk je dan dat je de organisatie daar neergezet hebt, dat het goed loopt en dat je toe bent aan iets anders. Dan heb je enkele jaren aan de industriekant op general management-niveau gezeten en dan 4,5 jaar aan de retailkant, ook in een zware functie. Je hebt dan veel bagage. Even heb aan consultancy gedacht. Bedrijven kunnen wel wat hulp gebruiken om de handel te benaderen. Veel bedrijven doen dat slecht, op het knullige af. Terwijl een goede relatie cruciaal is. Als ik in de retail zou blijven, zou ik toch weer de verantwoordelijkheid voor de winst- en verlies rekening willen. Mijn kracht ligt in de marktbenadering. Dit kan natuurlijk ook bij een bedrijf aan industriekant.

 

Wat heeft Superunie aan jou gehad?
Nou, afgelopen jaren heeft de inkooporganisatie een flinke slag gemaakt. De inkoopmanagers zijn sterk gegroeid. Zij kunnen nu alle operationele vragen uit de organisatie tackelen, ze zijn goed ingevoerd in hun vak en de zaak is zo gestroomlijnd dat zij vrijwel zelfstandig opereren. Bij mijn vertrek is er gediscussieerd over de vraag of er weer een inkoopdirecteur moest komen. Niet nodig, was onze conclusie, de zittende mensen doen het goed en de strategische zaken kunnen de financieel en de algemeen directeur op zich nemen.

 

Wat bedoel je met die knullige benadering van bedrijven?
Soms zie je bedrijven elementaire fouten maken, in de benadering vaak al. Het domste vind ik de monoloog in plaats van de dialoog. Iemand je wil opleggen en hem niet zelf tot de conclusie laten komen. Dat is voor mij de kern van het probleem. Een accountmanager kan best een mening hebben. Hij hoeft je niet naar de mond te praten, liever niet zelfs. Maar hij moet wel kunnen luisteren.

 

Ligt dat aan de accountmanager?
Nee, eigenlijk aan het hele verkoopapparaat en het verkoopbeleid van het bedrijf. Maar ik heb ook meegemaakt dat de account manager in de spreekkamer zit, zijn boekjes openslaat en die moeten we dan allemaal doornemen. Dan kijk ik in dat boekje, staan er een aantal marktaandelen en als ik die optel, kom ik op 120 procent. Dan stel ik dus die vraag en dan krijg je als antwoord: oja, daar heeft u gelijk in, dat zie ik nu ook. Ja, dat heeft onze afdeling trade marketing gemaakt ennuh die zal ik daar op aanspreken. En dan denk ik l.., als je dan naar de klant gaat neem dan even de moeite om zelf door je boekje te bladeren. En scheur dan ook die twintig blaadjes te veel in dat boekje er gewoon uit. Ik moet zeggen: accountmanagemers die meer betrokkenheid met hun bedrijf hebben vaak tochaccountmanagers die wat langer op hun positie zitten - hebben vaak ook een betere band met hun klant. Ze weten ook wat wel en niet relevant is. Daar loopt ook beter.

 

Waarom ging je naar Nedac Sorbo?
Nou ik vind het een mooi bedrijf, opgezet door een echte ondernemer, Jack de Jong, dit jaar precies 40 jaar geleden. Door de eigen merchandising heeft het veel contact op de winkelvloer en met de retail, dat spreekt mij erg aan. Waarom vind ik het mooi? Het is echt uniek hoe bij Nedac Sorbo wordt georderpickt en hoe grote volumes in kleine winkelporties worden verdeeld. Deels met de computer gestuurd, deels door mensenhanden, maar wel zonder fouten. En het general management, het volledig aansturen van een organisatie, spreekt me ook aan.

Wat doe je als je niet werkt?
Ik heb veel afspraken staan. Bij mij loopt ‘werk en sociaal’ heel erg door elkaar.Ik ben twee tot drie avonden per week weg. Ik zit in verschillende clubjes, zoals de Rotterdamse Kantelclub waar ik mensen tref met wie ik zakelijk weinig te maken heb, maar wat vooral gezellig is. Ik heb mijn motorrijbewijs, dus cross ik wel eens op mijn motor rond in het weekend. Niet overdrijven, hoor, het zijn kleine ritjes heen en weer naar het Feyenoord-stadion. In het weekend doe ik veel met mijn drie kinderen. Zij zijn 20, 18 en 16 jaar.

 

Heb je lang in Rotterdam gewoond?
Ik ben er geboren en getogen. Ik was enig kind en we woonden ‘drie hoog’. Ik kon goed leren op school en ehm, ben eigenlijk wel fluitend door de HBS gegaan. Dus zei die school: die jongen kan wel gaan studeren. Ja, dat kost veel geld en kan dat wel? Mijn vader werkte bij het openbaar vervoer. Via een beurs is het gelukt, maar mijn ouders moesten daar wel wat voor opzij zetten. Ik ben thuis blijven wonen en ben eigenlijk wel redelijk probleemloos door de universiteit heen gevlogen. Ik studeerde bedrijfseconomie. In de vakantie spijkerde ik het budget bij door ’s nachts in de Rotterdamse haven te werken. Ik ben niks te kort gekomen want op mijn 16e kreeg ik een brommer en op mijn 18e een auto. Mijn vader had voor monteur geleerd en knapte die op

 

Je klinkt wel dankbaar voor hoe je nu kunt leven.
Ja, dat ben ik ook. Kijk, we wonen nu in Made, heel landelijk. Als mijn ouders op bezoek komen, vragen zich nog steeds af hoe ik in zo’n huis kan wonen. En daar zijn ze best wel trots op. Ik ben zuinig opgevoed en kan goed met geld omgaan, maar ja, als mijn dochter me aankijkt en zegt ‘dat is toch wel een hele mooie jurk hè pappa’, dan ben ik daar niet tegen opgewassen. Ook gaan we geregeld met z’n allen Japans eten. Met als excuus: waarom niet, het kan toch?

 

Wat kunnen we nog van jou verwachten?
Een boek over accountmanagement en een boek met de titel ‘Managing bij oneliners’.

 

Wat zijn jou twee belangrijke oneliners?
‘Facts, not feelings’, en uiteraard ‘geen woorden maar daden’.

 

En dat andere boek?
Ach, over management is zo veel te schrijven. Wat ik niet kan hebben, is oneerlijkheid. Mensen die in hun eigen straatje praten. Ik ben zelfs verrast als iemand echt aardig doet voor een ander, zonder verborgen scenario. Verder houdt ‘open door policy’. Dat je deur voor iedereen openstaat, is zo makkelijk gezegd, maar toch stapt iemand uit het magazijn niet snel bij mij, directeur, naar binnen. Daarom moet je oog houden voor wat er onder individuele mensen speelt. Ik ben heel rationeel, maar als het gaat om mensen ben ik emotioneel.

© 2018 Günther + Van Grinsven - Dorpsstraat 74 3732 HK De Bilt - info@geng.nl - 030 63 509 63